De aubergine wordt gerekend tot de vruchtgroenten. In deze groep vallen ook de komkommer, paprika, tomaat en courgette. De donkerpaarse vrucht, de meeste bekende tussen de aubergines, komt veel voor in Mediterraanse gerechten. Gelukkig ontdekt de Nederlandse consument deze veelzijdige groente steeds meer. Naast gerechten met pasta en rijst eet de liefhebber de aubergine ook met aardappel. De smaak van het witte vruchtvlees met lichte pitjes is niet heel uitgesproken. Een combinatie van pittige kruiden en het bakken van de groente zorgen voor een heerlijke aroma. De vrucht leent zich ook goed om te vullen.
Nederlandse aubergines kunnen alleen in een kas geteeld worden. De van oorsprong tropische vrucht groeit het best in een warm en tropisch klimaat. In Nederland bootsen de telers dit klimaat na in de kas. In de nacht is de temperatuur 20 graden. Overdag loopt de temperatuur op tot ongeveer 30 graden. De vochtigheid in de kas is erg belangrijk voor de groei van de plant. Een hoge luchtvochtigheid wordt bereikt door de hoge temperatuur en veel water. Een klimaatcomputer houdt dit perfecte klimaat constant in de gaten in de kas. De meeste telers planten aubergineplanten in december in de kas. De wortels van de plant groeien in substraat in plaats van aarden grond. Substraat is een natuurproduct wat het de teler gemakkelijk maakt om de juiste voedingsstoffen aan de plant te geven. Aan de takken van de plant groeien een aantal bloemen waaruit de aubergine ontstaat. De plant wordt uiteindelijk 5 tot 6 meter hoog.

Eind februari vindt de eerste oogst plaats van aubergine. De laatste in november. De oogst vindt voornamelijk met de hand plaats door de rijpe vruchten van de planten af te knippen met een kleine schaar. Zo blijven de aubergines in tact en onbeschadigd en kunnen ze voorzichtig in grote bakken gelegd worden. Daarna vindt selectie plaats op gewicht, grootte en kwaliteit om daarna de aubergines te verpakken.
