Zomer, warm weer, daar horen heerlijk zoete aardbeien, oftewel zomerkoninkjes bij. De glanzend rode vruchten zijn niet alleen heerlijk zoet maar ook supergezond door het hoge vitamine C gehalte. De plant zoals wij deze kennen, bestaat pas 200 jaar. De aardbeiplant is een schijnvrucht.
Aardbeiplanten zijn zelfbestuivers. Dit betekent dat ze geen andere planten nodig hebben om bevrucht te raken. Maar kruisbestuiving via de wind of bijen en hommels is daarbij wel belangrijk. Hierdoor ontstaan grotere vruchten. De vrucht is een opgezwollen bloembodem met daarboven op kleine gele pitjes. De aardbeiplant is een schijnvrucht. Op het eerste oog lijkt er een vrucht te groeien aan de plant maar volgens de plantkunde is er geen sprake van een echte vrucht. Een schijnvrucht ontstaat als naast het vruchtbeginsel en het zaadbeginsel andere plantdelen meedoen aan de vruchtvorming.
Aardbeien worden in de vollegrond onder glas of plastic geteeld. Een plantmachine zet de planten in nette rijen achter elkaar. Sommige planten komen uit de koelcel zodat geleidelijk verdeeld over het jaar de planten de grond in kunnen. Aan de planten komen kleine bloemetjes die uitgroeien tot een vrucht. Om nachtvorstschade tegen te gaan, worden de planten met ietwat warm water besproeid. Zo heeft de vorst geen kans. De aardbei is jaarrond verkrijgbaar. De zon is een belangrijke factor voor volle, zoete aardbeien. Vandaar dat het grootste aanbod in de zomer is. In de wintermaanden kan door extra verwarming de aardbei doorgeteeld worden.
Aardbeiplant
Aardbeiplanten onder plasticDe grootste pluk vindt in mei, juni en juli plaats. De aardbeien worden met de hand geplukt. De plantresten worden weggegooid zodat het jaar erop opnieuw geplant wordt.
Het plukken van de aardbeien is een voorzichtig werkje. Misvormde aardbeien worden verwijderd en apart gehouden. Deze kunnen gebruikt worden voor verdere verwerking zoals aardbeiensap of –ijs.
